Terug naar hoofdinhoud

Een persoonlijke reis

Ik herinner me het eerste boek dat ik las. En dan bedoel ik echt las. Niet omdat het moest, niet omdat een ouder of een leraar het mij vertelde, maar omdat ik het wilde. Achteraf weet ik niet eens of mijn moeder blij was met mijn keuze. Ik was veertien en ik herinner me dat ik op school zoveel boeken van Jan Wolkers moest lezen dat ik langzaam een aversie voor ‘literaire werken’ kreeg. Een noemer waarvan ik nog steeds niet weet wat daar nu exact mee bedoeld wordt.

Een goed boek laat je niet alleen griezelen of op het puntje van je stoel zitten, het kan je wereld openbreken.

Op de hoek van de straat hadden we een oude boekhandel die vandaag de dag misschien een ‘snuffel boekhandel’ zou worden genoemd. De boeken lagen letterlijk vanaf de grond tot aan het plafond opgestapeld en mocht je een boek uit een stapel willen trekken, dan was de kans groot dat die stapel wankelend op je neerviel. Ergens in deze boekhandel was er een kleine sectie ‘griezel’ en het was daar dat ik Dodenwake van Stephen King vond.

Ik herinner me de blauwe kaft met de grafsteen nog steeds, net zoals ik me die allereerste zin herinner waardoor je in het verhaal wordt gezogen; waarin de protagonist uitlegt dat zijn gemis naar een vaderfiguur de basis vormde voor de vriendschap met zijn buurman. Een vriendschap die uiteindelijk tot alle dodelijke ontwikkelingen leidt.

Ik heb dat boek stukgelezen en dood geanalyseerd. Ik heb er zelfs een aantal artikelen over geschreven (wat ik hier niet zal doen want ik wil een ander punt maken) en hoe alles in dat boek met de thema’s dood en gemis samenhangt. Jan Wolkers las ik op school. Maar van Dodenwake heb ik alles geleerd.

Het verbaast me hierdoor nog steeds hoe de literaire waarde van de verbeeldingsliteratuur in Nederland wordt onderschat.

Dat boek was voor mij een boek dat je op het juiste moment in je leven tegenkomt en daardoor ook een soort kruispunt in je leven vormt. Het verandert je perspectief en denken, en wordt daardoor ook in je leven geïntrigeerd.

Muziek en boeken kunnen dat. De meeste expressieve kunstvormen kunnen dat. Of tenminste bij mij. Een goed boek laat je niet alleen griezelen of op het puntje van je stoel zitten, het kan je wereld openbreken. Een goed boek, van welke genre dan ook, laat een indruk achter.

Waar de kunst met literatuur samenkomt

Ik zeg overigens niet, en laat ik hier duidelijk over zijn, dat dit de intentie van de schrijver is. Dat lijkt me ook onmogelijk. Het is meer mijn interpretatie van hun kunst die mij nieuwe inzichten oplevert; het is een samenbrouwsel van zoveel factoren, waardoor je groeit.

En misschien stel ik het ook verkeerd: een boek veroorzaakt misschien niet de persoonlijke groei, maar groeit misschien eerder met je mee. Het deelt raakvlakken, waardoor het boek onbedoeld persoonlijk wordt.

Ik heb een aantal van deze boeken gekend en kan nog steeds de momenten aanwijzen waar ik ze las, wanneer ik ze las, wat ik voelde toen ik ze las en op welke wijze ze me beïnvloedden. Of in mijn denken, in mijn smaak of in mijn zoektocht naar andere boeken. Hoe ze mijn literaire landschap hebben verruimd.

Boeken zoals High Fildelity van Hornby, waardoor ik in aanraking kwam met een ander genre, de humor van The Hippopotamus van Fry, het maatschappelijk kritische van American Psycho van Easton Ellis, of Slaughterhouse-Five van Vonnegut, de schurende personages van Nesbo, het post-modernisme en zwarte humor van Choke van Palahniuk en de complexe science fiction van Shards of Earth van Tchaikovsky. En dit is slechts een handgreep van de boeken die ik heb gelezen. Ik heb het niet eens over de echte klassiekers van Dickens, Poe, Kafka, Orwell en Lovecraft gehad. Of boeken die spelen met de structuur of met de vormgeving.

En hier komt de verbeeldingsliteratuur en het leven samen: in jouw verbeelding. In jouw persoonlijke reis.

In het laatste geval denk ik bijvoorbeeld aan De Wolffs bestiarium van Adelmund; waarbij beeldende kunst en beschrijvende kunst met literatuur samenkomt. Voor degenen die het boek niet kennen; het boek is opgezet als een bestiarium zoals deze ook in de middeleeuwen werden gemaakt. Een soort encyclopedie met tekeningen van echte en fabelachtige dieren die in de teksten veelal teruggevoerd werden naar Christelijke deugden en waarden. Adelmund doet dat hier ook in een meer hedendaagse vertelling over alcoholisme als een terugkerende demoon.

Hier komt vormgeving samen met woorden en gedichten en misschien nog wel belangrijker: door het samenbundelen van diverse genres en stijlen ontstaat er iets nieuws.

En dat is wat kunst ‘kunst’ maakt.

Iedere boek is een klink. Ieder boek is een raam naar een ander uitzicht. En ieder van deze boeken heeft me anders naar literatuur of naar genre doen kijken. Of in het meest intieme geval, naar het leven zelf.

En dat is misschien het mooiste van kunst. Mijn reis is niet de jouwe, mijn boeken hoeven jou niet aan te spreken; onze wegen hoeven op geen enkele manier hetzelfde te zijn. Toch weet ik zeker dat we onze liefde voor boeken delen.

Dus laten we teruggaan naar die veertienjarige jongen in de boekhandel die het boek Dodenwake in een enorme stapel vind. Hij is nieuwsgierig en opgewonden omdat dit zijn eerste ‘volwassen’ boek is en nog belangrijker misschien, van een genre dat hij officieel niet ‘mag’ lezen. Waar hij veel te jong voor wordt beschouwd.

Hij verwacht duisternis. Hij verwacht bloed. Hij verwacht spanning. Het is alsof hij een verboden vrucht heeft gevonden.

En dan gebeurt er iets. De personages in het boek beginnen te leven en hij beseft langzaam dat het boek veel meer dan slechts het genre is. Het boek begint tegen hem te spreken. Hij begint dingen te herkennen die hij nauwelijks voor zichzelf verwoord had.

Dat hij bijvoorbeeld ook zonder vader is opgegroeid. Dat het gevoel van gemis ook door zijn leven sijpelt en dat hij de angst om geliefden, als gevolg hiervan, te verliezen heel goed begrijpt. Er gaat een deur in hem open waardoor hij iets fundamenteels over zichzelf leert.

Niets is daarna meer hetzelfde; want als je eenmaal iets ziet kan je het niet ontzien. Je kunt het gelezen woord niet ontlezen. De woorden hebben zich een baan in je hersens gedrukt.

Kunst hoeft niet altijd veilig te zijn. Misschien zelfs niet. De grootste indruk komt namelijk als kunst scherp en persoonlijk wordt.

En hier komt de verbeeldingsliteratuur en het leven samen: in jouw verbeelding. In jouw persoonlijke reis.

Ik herinner me het eerste boek dat ik las. En dan bedoel ik echt las. Niet omdat het moest, niet omdat een ouder of een leraar het mij vertelde, maar omdat ik het wilde. Achteraf weet ik niet eens of mijn moeder blij was met mijn keuze. Ik was veertien en ik herinner me dat ik op school zoveel boeken van Jan Wolkers moest lezen dat ik langzaam een aversie voor ‘literaire werken’ kreeg. Een noemer waarvan ik nog steeds niet weet wat daar nu exact mee bedoeld wordt.

Een goed boek laat je niet alleen griezelen of op het puntje van je stoel zitten, het kan je wereld openbreken.

Op de hoek van de straat hadden we een oude boekhandel die vandaag de dag misschien een ‘snuffel boekhandel’ zou worden genoemd. De boeken lagen letterlijk vanaf de grond tot aan het plafond opgestapeld en mocht je een boek uit een stapel willen trekken, dan was de kans groot dat die stapel wankelend op je neerviel. Ergens in deze boekhandel was er een kleine sectie ‘griezel’ en het was daar dat ik Dodenwake van Stephen King vond.

Ik herinner me de blauwe kaft met de grafsteen nog steeds, net zoals ik me die allereerste zin herinner waardoor je in het verhaal wordt gezogen; waarin de protagonist uitlegt dat zijn gemis naar een vaderfiguur de basis vormde voor de vriendschap met zijn buurman. Een vriendschap die uiteindelijk tot alle dodelijke ontwikkelingen leidt.

Ik heb dat boek stukgelezen en dood geanalyseerd. Ik heb er zelfs een aantal artikelen over geschreven (wat ik hier niet zal doen want ik wil een ander punt maken) en hoe alles in dat boek met de thema’s dood en gemis samenhangt. Jan Wolkers las ik op school. Maar van Dodenwake heb ik alles geleerd.

Het verbaast me hierdoor nog steeds hoe de literaire waarde van de verbeeldingsliteratuur in Nederland wordt onderschat.

Dat boek was voor mij een boek dat je op het juiste moment in je leven tegenkomt en daardoor ook een soort kruispunt in je leven vormt. Het verandert je perspectief en denken, en wordt daardoor ook in je leven geïntrigeerd.

Muziek en boeken kunnen dat. De meeste expressieve kunstvormen kunnen dat. Of tenminste bij mij. Een goed boek laat je niet alleen griezelen of op het puntje van je stoel zitten, het kan je wereld openbreken. Een goed boek, van welke genre dan ook, laat een indruk achter.

Waar de kunst met literatuur samenkomt

Ik zeg overigens niet, en laat ik hier duidelijk over zijn, dat dit de intentie van de schrijver is. Dat lijkt me ook onmogelijk. Het is meer mijn interpretatie van hun kunst die mij nieuwe inzichten oplevert; het is een samenbrouwsel van zoveel factoren, waardoor je groeit.

En misschien stel ik het ook verkeerd: een boek veroorzaakt misschien niet de persoonlijke groei, maar groeit misschien eerder met je mee. Het deelt raakvlakken, waardoor het boek onbedoeld persoonlijk wordt.

Ik heb een aantal van deze boeken gekend en kan nog steeds de momenten aanwijzen waar ik ze las, wanneer ik ze las, wat ik voelde toen ik ze las en op welke wijze ze me beïnvloedden. Of in mijn denken, in mijn smaak of in mijn zoektocht naar andere boeken. Hoe ze mijn literaire landschap hebben verruimd.

Boeken zoals High Fildelity van Hornby, waardoor ik in aanraking kwam met een ander genre, de humor van The Hippopotamus van Fry, het maatschappelijk kritische van American Psycho van Easton Ellis, of Slaughterhouse-Five van Vonnegut, de schurende personages van Nesbo, het post-modernisme en zwarte humor van Choke van Palahniuk en de complexe science fiction van Shards of Earth van Tchaikovsky. En dit is slechts een handgreep van de boeken die ik heb gelezen. Ik heb het niet eens over de echte klassiekers van Dickens, Poe, Kafka, Orwell en Lovecraft gehad. Of boeken die spelen met de structuur of met de vormgeving.

En hier komt de verbeeldingsliteratuur en het leven samen: in jouw verbeelding. In jouw persoonlijke reis.

In het laatste geval denk ik bijvoorbeeld aan De Wolffs bestiarium van Adelmund; waarbij beeldende kunst en beschrijvende kunst met literatuur samenkomt. Voor degenen die het boek niet kennen; het boek is opgezet als een bestiarium zoals deze ook in de middeleeuwen werden gemaakt. Een soort encyclopedie met tekeningen van echte en fabelachtige dieren die in de teksten veelal teruggevoerd werden naar Christelijke deugden en waarden. Adelmund doet dat hier ook in een meer hedendaagse vertelling over alcoholisme als een terugkerende demoon.

Hier komt vormgeving samen met woorden en gedichten en misschien nog wel belangrijker: door het samenbundelen van diverse genres en stijlen ontstaat er iets nieuws.

En dat is wat kunst ‘kunst’ maakt.

Iedere boek is een klink. Ieder boek is een raam naar een ander uitzicht. En ieder van deze boeken heeft me anders naar literatuur of naar genre doen kijken. Of in het meest intieme geval, naar het leven zelf.

En dat is misschien het mooiste van kunst. Mijn reis is niet de jouwe, mijn boeken hoeven jou niet aan te spreken; onze wegen hoeven op geen enkele manier hetzelfde te zijn. Toch weet ik zeker dat we onze liefde voor boeken delen.

Dus laten we teruggaan naar die veertienjarige jongen in de boekhandel die het boek Dodenwake in een enorme stapel vind. Hij is nieuwsgierig en opgewonden omdat dit zijn eerste ‘volwassen’ boek is en nog belangrijker misschien, van een genre dat hij officieel niet ‘mag’ lezen. Waar hij veel te jong voor wordt beschouwd.

Hij verwacht duisternis. Hij verwacht bloed. Hij verwacht spanning. Het is alsof hij een verboden vrucht heeft gevonden.

En dan gebeurt er iets. De personages in het boek beginnen te leven en hij beseft langzaam dat het boek veel meer dan slechts het genre is. Het boek begint tegen hem te spreken. Hij begint dingen te herkennen die hij nauwelijks voor zichzelf verwoord had.

Dat hij bijvoorbeeld ook zonder vader is opgegroeid. Dat het gevoel van gemis ook door zijn leven sijpelt en dat hij de angst om geliefden, als gevolg hiervan, te verliezen heel goed begrijpt. Er gaat een deur in hem open waardoor hij iets fundamenteels over zichzelf leert.

Niets is daarna meer hetzelfde; want als je eenmaal iets ziet kan je het niet ontzien. Je kunt het gelezen woord niet ontlezen. De woorden hebben zich een baan in je hersens gedrukt.

Kunst hoeft niet altijd veilig te zijn. Misschien zelfs niet. De grootste indruk komt namelijk als kunst scherp en persoonlijk wordt.

En hier komt de verbeeldingsliteratuur en het leven samen: in jouw verbeelding. In jouw persoonlijke reis.