Navigatie

 

 

 

 

Het is moeilijk een verhaal of zelfs boek als “Planet Paradroid” geschreven door Firma Tacker en Tape in een aantal zinnen samen te vatten. Het speelt zich af in een toekomstig Nederland, maar is toch tegelijkertijd pijnlijk herkenbaar. Het vertelt het verhaal van Debbie die een bedrijf is gestart  (“Cyberminds”) met een zogenaamde VDR, een zelfdenkende computer, die dienst doet als therapeut; voornamelijk voor oorlog slachtoffers uit Syrië. (Hoe actueel kun je worden?) Maar zelfs dit is een te korte beschrijving om het boek samen te vatten. Ja, het is een toekomstig Nederland met springende dijken, computers die de taak van therapeuten op zich nemen en wel een heel verslavend (en gevaarlijk) drankje dat zich als wild vuur verspreidt.  Toch komen ook deze woorden niet goed tot hun recht en lijken slechts op synoniemen.

 

Genres in dit boek doen er niet toe. Het is sci-fi, horror, cyberpunk.

 

Schrijftechnisch is het een spannend boek vol met symboliek (geesten als onverwerkte trauma’s, vampieren die voor het uithollen van de gezondheidszorg staan), thema’s en motieven die bij elkaar komen en diverse spanningsbogen en subplots. Het boek neemt continu een wending die je niet verwacht.

 

Ook staan er schrijnende mooie introspectieve zinnen in, zoals:

 

“De strakke , blauwe lucht hoort bij een hete zomer, maar toch is het bijna winter. Ken je dat? Dat je bijna daar bent waar je ooit was...”

 

Of:

 

“We hebben alles, maar wanneer we ons om heen kijken, staart de Leegte ons met holle ogen aan. Wanneer we bij onszelf naar binnen gluren, snauwt haar grote broer Depressie ons af. Mensen zijn alleen. Ik ben alleen, achter gläserne wände, houd ik mij schuil.”

 

Maar zelfs deze citaten of platituden vatten het boek niet samen. Het is meer alsof je Palahniuk en Asimov samen neemt, door een blender giet en vervolgens een psychedelische trip neemt waarin alles uit elkaar wordt gerukt en weer wordt samengebald en waarbij je zo nu en dan op je achterhoofd krabt en “what the fuck” denkt. Ja misschien benadert dit nog het beste het boek; als een reis, een continuerende wenteling dat meer een beleving is dan een geschreven kunstwerk.

 

Een boek voor de 21ste eeuw, voor de 21ste eeuwse lezer, die alle conventies op zijn kop durft te zetten.

 

 

Hier een link naar hun interview.

 

 

Link voor de boek en trailer is hier.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beste Kim, bedankt voor dit interview. Ik heb de recensies van je boek Spiegelkinderen gelezen en ze zijn voornamelijk lovend. Daarom wat vragen over de achtergrond van dit boek.

 

1) Wanneer heb jij je eerste verhaal geschreven?


Ik schrijf al verhaaltjes sinds ik kan schrijven, maar het waren nooit serieuze pogingen. De meesten maakte ik niet eens af. Mijn leraar in groep 8 zei vaak dat ik schrijfster moest worden, net als mijn familie. Als kind was ik het daar stellig mee eens. Ik heb veel dingen gedaan terwijl ik opgroeide, maar toch nooit iets dat met schrijven te maken had. Op mijn negentiende heb ik wel een heel schrift volgeschreven met de ruwe versie van wat nu mijn debuut "Spiegelwoud" is, echter had ik niet de ambitie om het uit te laten geven. Eerlijk gezegd was het ook erg slecht. Ik heb een zeer capabele fantasie, maar geen talent voor schrijven. Die vaardigheid heb ik mezelf aangeleerd.

 

 

2) Je wilde dus niet altijd schrijver worden?


Nee, inderdaad. Als kind leek het me fantastisch, maar ik durf zonder schaamte van mezelf te zeggen dat ik wispelturig ben. Ik had genoeg doorzettingsvermogen en als ik voor iets ging, dan deed ik dat voor 200 procent. Echter ben ik erg trouw aan mijn sterrenbeeld, Tweelingen. Mijn interesses verspringen, ik vind alles boeiend en ik ben verschrikkelijk nieuwsgierig naar alles. Naast schrijfster, wilde ik ook verpleegster, bibliothecaresse en beroepsavonturier worden. Toen ik ouder werd, begon ik aan verschillende opleidingen in de zorg. Ik was behoorlijk zoekende. Later heb ik met pijn en moeite een groenopleiding afgemaakt, nadat ik mijn diagnose [autism] had gekregen. Nu doe ik werk dat daar niets mee te maken heeft. Van alle bevliegingen, is schrijfster worden de enigste die steeds terug bleef komen en inmiddels heb ik een bewuste keuze gemaakt: Boeken schrijven, dat is het voor mij. Ik heb eindelijk de rust en doelgerichtheid gevonden die ik al mijn hele leven zoek. Dat is fijn. Mijn nieuwsgierigheid en passie voor nieuwe ervaringen zijn nu een gereedschap. Ik zal altijd iets hebben om over te schrijven. Zo zet ik iets dat altijd een handicap was, om in een positieve eigenschap die mijn doel dient.

 

 

3) Wat kenmerkt jou als schrijver?


Dit vind ik een moeilijke vraag om te beantwoorden. Het moet nog altijd bezinken dat ik nu schrijfster ben, dat mijn eerste boek uit is gegeven en dat er nog meer zullen volgen. Misschien ben ik nog zoekende naar mijn identiteit als schrijfster. Ik ben trots op mijn schrijfstijl. Het kostte me veel werk en tijd om mijn eigen stijl te vinden en ontwikkelen en dat hij als "vlot" wordt omschreven, vind ik helemaal geweldig. Weet je wat? Stel me deze vraag nog eens over een jaar en dan kan ik je meer vertellen, hahaha.

 

 

4) Zou je iets meer kunnen vertellen over je huidige boek? Je inspiratie/ motivatie etc.


Ik heb de ruwe versie van "Spiegelwoud" geschreven toen voor mijn gevoel mijn leven op z'n kop stond. Toen ik 19 was liep ik vast in mijn opleiding, kreeg ik een diagnose (autisme) en wist ik eigenlijk niet wat ik met mijn leven wilde. Een jaar later begon ik langzaam in een depressie te raken. Zoals dat vaak gaat met depressie, liet ik alles vallen, ook mijn verhaal. Voor mijn gevoel leefde ik van dag tot dag, terwijl ik moeite deed om te blijven functioneren. Toen zelfs dat praktisch onmogelijk werd, jaren later, was ik het helemaal beu. Ik kon mijn depressieve zelf niet meer uitstaan. Er moest iets veranderen. Ik wilde het heft weer in handen nemen. Het was tenslotte mijn leven. Mijn passie voor verhalen werd door deze nieuwe houding aangewakkerd. Ik putte erg veel motivatie, inzicht en inspiratie uit boeken, films en series. Dat is wat ik wilde! Ik stortte me op de technische kant van schrijven. Ik leerde het mezelf, met behulp van boeken, websites, YouTube filmpjes en heel veel oefenen. Ik ging terug naar de ruwe versie van "Spiegelwoud" en werkte het uit tot de serie waar ik nu mee bezig ben. Het is een serie over zelfontdekking en het vinden van innerlijke kracht, in zekere zin. Mijn hoop is dat het zal inspireren, naast dat het gewoon een spannend avontuur zal zijn.
Het is de reden dat ik ben gaan schrijven en altijd zal blijven schrijven; Ik wil mijn lezers inspireren en aanmoedigen. Mensen zijn zulke sterke wezens.

 

 

5) Schrijf je met je doelgroep in je achterhoofd?


Ik heb "Spiegelwoud" geschreven zonder dat ik een doelgroep in gedachten had. Het verhaal was al helemaal uitgedacht toen ik begon met typen. De verwoording, omschrijvingen etc. zijn verwoord zoals ik praat, als je begrijpt wat ik bedoel. Het is voor mij natuurlijk taalgebruik. Ik was blij verrast toen me werd gezegd dat het een jeugdboek zou worden. Dit had ik niet voor ogen, maar ik was meteen enthousiast. Momenteel ben ik het tweede boek aan het afronden en ik moet eerlijk bekennen dat ik me steeds probeer aan te passen aan de nu vastgestelde doelgroep. Dit wil ik eigenlijk niet doen. Voor mij geeft dit een soort druk. Ik wil het verhaal gewoon vertellen zoals het verteld moet worden en mezelf vertrouwen. Hier werk ik hard aan.

 

 

6) Als je een beginnende schrijver een tip zou geven, welke zou dat zijn?


Blijf in jezelf en je verhaal geloven. Schrijven is een marathon. Als je goed voor jezelf zorgt en vol blijft houden, dan haal je de finish.

 

 

7) Welke thema's trekken jou het meeste aan?


Ik voel me vooral aangetrokken door dingen als spiritualiteit en mystiek, zowel de fantastische vorm als non-fictie. Ik lees graag boeken over engelen, heksen, geesten, mythes en legendes, innerlijke kracht, dromen, natuurmagie, etc. Ik vind het heerlijk dat bij die thema's de grens tussen realiteit en fictie vaak erg dun is. Hoewel ik een draak of twee ook zeer kan waarderen.

 

 

 

 

Biografie van de auteur:

 

Kim (1986) is opgegroeid in het Brabantse Gemert en woont nu samen met haar hond, Ginny, en haar broer en huisgenoot, Roy. Ze is dol op het landschap en de geschiedenis van deze provincie en doolt er graag rond met haar trouwe viervoeter. Tijdens deze wandelingen, neemt haar fantasie de vrije loop. De vaste routine is dan ook: Wandelen – computer opstarten – typen.

 

Al vanaf het moment dat ze leerde lezen en schrijven, is ze gefascineerd door verhalen, in alle vormen. Kim’s grootste hobby is lezen. Geen enkel boek is veilig. Daarnaast lijdt ze aan een tv-serie verslaving en gaat ze regelmatig naar de bioscoop. Haar andere hobby’s zijn gamen, Dungeons & Dragons spelen met haar vrienden en haar favoriete BookTubers volgen. En schrijven, natuurlijk. Heel veel schrijven.
Momenteel werkt ze aan haar debuutserie, Spiegelkinderen.

 

Spiegelkinderen” is het resultaat van jarenlang beginnen met schrijven, feedback vragen, herschrijven, schrappen en overnieuw beginnen. In 2013 besloot Kim dat ze het eindelijk aandurfde om met haar verzinsels op iemand af te stappen die geen familie van haar is. Toen de reactie positief was en de feedback lovend, raakte ze gemotiveerd en vastberaden om haar kansen te wagen als schrijfster.

 

Zie hier ook de website van de auteur.

 

Vorige Spotlights:

Pen Stewart

Olga Ponjee

Adrian Stone

Tom Thys

Patrick Brannigan

Joris van Leeuwen

M.J. Wolf

Thomas Olde Heuvelt

Marion Altena

Rik Raven

Mark van Dijk

 

 

Na heel veel omzwervingen heb ik besloten om mijn geld/ royalty's van mijn boek "Een bloedovergoten dageraad" te doneren bij War Trauma Foundation. Waarom? Omdat deze organisatie direct te maken heeft met a) de gevolgen van geweld (op collectief en massaal niveau) en b) omdat ze te maken hebben met PTSS en daar mensen voor helpen. De oorsprong van mijn boek is immers zinloos geweld - lees ook mijn voorwoord hier. Ik ben heel blij dat ik kan doneren aan een organisatie die het geld nu nog meer nodig heeft dan ooit, met zoveel mensen die misplaatst worden, gedwongen zijn om te vluchten etc. Mijn eerste donatie, omdat mijn boek inmiddels in de tweede druk zal gaan, zal snel plaats vinden. Mijn dank aan alle lezers die mijn boek hebben gekocht...

 

Bekijk de organisatie hier.

 

 

 

 

 

Ik dacht altijd dat het een (urbane) mythe was om make-up etc., voor een photo-shoot op te doen. Niets bleek minder waar. Het was mijn eerste photo-shoot voor het blad Psychologie. Hier maar een foto reportage. De foto's zijn genomen door Linelle Deunk. De eerste met haar camera, de rest met mijn mobiel. Maar het geeft een impressie. Het interview zelf is terug te vinden onder submenu "Interviews en overige PR". Ik heb nog nooit zoveel aandacht van vrouwen gelijktijdig gehad. Dat verklaart de glimlach in ieder geval

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als derde in mijn reeks recensies van Pearl Jam platen, sla ik als het ware een stap over. Zoals ik al eerder schreef in mijn recensie van Vitalogy, doe ik deze reeks niet in chronologische volgorde, maar in volgorde van voorkeur. In plaats van de vijfde plaat te bespreken, die No Code opvolgde, bespreek ik de plaat die daarna kwam. Waarom? Omdat ik mijn persoonlijke favoriete platen één voor één probeer af te gaan en Yield, hoewel ik deze heel goed vind en de eerste bewuste Pearl Jam plaat was die ik heb gekocht, valt mijn keuze toch op Binaural. Dat is niet altijd zo geweest. Deze plaat is wat ze noemen een “slow burner”; het kost wat tijd voordat de liedjes tot je komen en de plaat zichzelf voor je openvouwt. Ik weet nog goed toen ik het uit de verpakking haalde en het in mijn CD-speler plaatste, ik niet goed wist wat ik er van vonden moest. Het was een soort haat/liefde verhouding. Er stonden mooie liedjes op. Er stond harde nummers op, toch kon ik het gevoel niet kwijt dat Pearl Jam deze keer niet zo krachtige plaat had afgeleverd, als de platen hiervoor. Dit kwam met name door de clustering van de nummers. Drie harde nummers, gevolgd door drie mid-tempo en ballade-achtige nummers etc. (En tot bepaalde hoogte sta ik nog steeds achter deze kritiek.) Totdat het “klikte” en de plaat langzaam in mijn aanzien steeg. En wat bij mij vooral "klikte" was de filosofische insteek, de teksten en de kwetsbaarheid die daarin (keer op keer) terugkomt.

 

De teksten op deze plaat zijn fenomenaal.

 

Dit is Pearl Jam op zijn meest duistere, sombere en tegelijkertijd filosofische kant. Kortom, dit is een plaat - zoals Vitalogy en No Code - die je aan het denken zet, zij het op een andere manier.

 

Context van de plaat

Zoals ik hiervoor heb beargumenteerd gaat Vitalogy, mijner inziens, over de strijd tegen conformisme. Het is als het ware de strijd van het individu tegen de structuur. Waar Vitalogy naar buiten was gericht, was het conflict bij No Code naar binnen gericht; alsof de strijd naar buiten pas gestreden kon worden, als de strijd binnen was opgelost. No Code had zowel een donkere als een hoopgevende kant, die meer in kracht toenam in de vijfde plaat Yield (die ik later zal bespreken); deze plaat stond in het teken van toegeven (zoals de titel al zegt); meegaan met de golven. De vraag was natuurlijk wat nu? Na een plaat over volwassen worden (Ten), een plaat over strijd (Vs.) en de platen daarna; welke thema’s bleven er nog over? Dit was op heel veel vlakken, denk ik, de grote vraag. Zowel voor de fans als (zo neem ik aan) de bandleden. Er waren dan ook wat andere veranderingen in de band. Jack Irons die zowel op No Code als Yield een tribale invloed gaf, werd deze bij Binaural door Matt Cameron vervangen. (De voormalige drummer van Soundgarden.) De reden hiervoor was niet omdat Jack Irons uit de band was gezet (Pearl Jam heeft een turbulent verleden met drummers), maar omdat Jack Irons door zijn bipolaire stoornis (die hij later “anxiety stoornis” zou noemen) het tourschema, maar ook de arbeidsethos van de band niet aankon. Dit was een groot verlies. Volgens vele bandleden was Jack Irons namelijk de redding van Pearl Jam geweest in de periode na Vitalogy.



Er was ook een andere verandering, die vooral onder de fanclub leden, anticipatie en in sommige gevallen opwinding veroorzaakte; namelijk, dat Pearl Jam bekend maakte, dat ze ook van producer zouden veranderen. Binaural zou niet door Brendan O’Brien worden geproduceerd (de producent van Ten, Vs., Vitalogy, No Code en Yield), maar door Tchad Blake -  een producent die destijds vooral bekend stond voor zijn specifieke manier van opnemen en dan met name hoe hij akoestische nummers kon vastleggen. (Hoewel Brendan O’Brien nog vele nummers op de plaat heeft gemixed.)

Dit zorgde binnen de fanclub forums voor veel discussies. Soms angstig. Soms gevuld met aarzeling en voorzichtigheid. Maar altijd met een mengeling van opwinding. Niemand had een idee welke kant Pearl Jam opging en dit zorgde voor de nodige opschudding.

En toen, ongeveer zes maanden voordat de plaat uitkwam, viel de laatste bom. De plaat zou “Binaural” heten en zou refereren naar een specifieke manier van opnemen, waardoor een soort driedimensionale klank zou ontstaan – zie ook hier. Eddie Vedder zou het later benoemen, en ik parafraseer: “als een manier om de stilte en de ruis in de nummers te vangen”.

Het was in deze zin dat Pearl Jam een glimp toonde van de richting die ze waren opgegaan; namelijk weg van de strijd en naar andere invloeden en velden. Dit zou een plaat worden die de soundscape, zo gaf de titel al aan, bewust in het centrum plaatste en niet noodzakelijk de thematiek; zoals dit bij voorgaande platen wel het geval was.

Dit is op een bepaalde hoogte waar. Ik denk dat we thematisch en tekstueel hier bij Binaural een breekpunt zien, maar wel een breekpunt die eigenlijk natuurlijk voortvloeide uit de thema’s die uit de voorgaande platen is voortgekomen. Er is nog steeds sociaal kritiek, nog steeds strijd; sterker nog, het zou op veel vlakken één van hun meest politieke platen worden, maar wel met een andere invalshoek. Deze plaat zou niet over volwassen worden gaan of de strijd zelf, maar over iets anders. En toch, zo zal ik hieronder proberen aan te tonen, past Binaural precies in het rijtje van Ten, Vs., Vitalogy, No Code en Yield. Waarom? Omdat hier ook naar binnen wordt gekeken en vragen worden gesteld; vragen en antwoorden die alleen gezocht kunnen worden in de marges van onze existentiële bestaan.

Of zoals Eddie Vedder later zou zeggen: “Iedereen zoekt naar vrijheid. Comfortabel zijn in je eigen huid (…) mensen zoeken naar deze vrijheid, en het is soms ook goed om te beseffen dat we het hebben.” (Interview Pearl Jam NME, 13 mei 2000 .)

In deze zin is Binaural misschien wel de meest filosofische plaat geworden in de Pearl Jam catalogus. Uitgebeeld, in de artwork, met prachtige foto’s gemaakt door de Hubble-telescoop en die ons ook onmiddellijk iets zegt over de thema van het album en daarbij ook de opmerking over “ruis” die Eddie Vedder heeft gemaakt.

Nogmaals, zoals bij alle andere recensies, dit uiteraard mijn beleving van de plaat. Mijn interpretatie. Dat is het mooie aan muziek, en aan kunst in het algemeen, het hoeft geenszins jouw interpretatie te zijn.

 

 

 

 

Een track-tot-track analyse


Het album opent met een explosie van muziek, vorm gegeven door de eerste drie nummers. Een flinke rocker, gevolgd door twee punkers. Het is alsof we getuige zijn van een sonische “big bang”, die de rest van de plaat vervolgens voortstuwt. Ik weet niet of dit de bedoeling was, of dat het per ongeluk zo tot stand is gekomen, maar het geeft op een mooie manier de thema van deze plaat prijs. Het eerste nummer heet dan ook:

Breakerfall

Het openingsnummer “Breakerfall” deed mij voor onverklaarbare redenen aan “Right Next Door to Hell” denken van Guns and Roses, (wat meer zegt over mijn associaties dan wat dan ook) terwijl er werkelijk geen vergelijking tussen de twee nummers zijn; behalve misschien de urgentie die in de opening riffs toenemen. Als de melodie al enigszins bekend voorkomt, is dat eerder door het nummer “I Can See for Miles” van The Who, waar het de eerste paar seconden sterk op lijkt.

 

Tekstueel vertelt het nummer een relaas van iemand die worstelt, die op een randje balanceert, maar ook weet dat liefde (in de meeste breedste zin van het woord) haar val kan breken.

 


"There’s a girl on a ledge, she’s got nowhere to turn
‘Cause all the love that she had was just wood that she burned
Now her life is on fire, it’s no one’s concern
She can blame the world, or prey till dawn
But only love can breakerfall
Breakerfall, only love can breakerfall fall..."

 

 

Het lied verwijst ook naar het feit (denk hierbij aan No Code) dat ze zelf de ziekte met zich meedraagt en dat ze eigenlijk zelf haar grootste vijand is. En hier beginnen we dus, weer met een lied over een interne strijd, maar een strijd die opgelost kan worden als ze de liefde toelaat die haar val kan breken.

 

 

"It’s like she lost her invitation to the party on earth
And she’s standing outside hating everyone here
She’s her own disease, crying to her doll
But only love can breakerfall
Breakerfall
Only love can breakerfall

Love, love, can breakerfall, fall
Love, love, can breakerfall
Only love can breakerfall"

 

In deze zin grijpt het terug naar No Code, maar ook naar Yield, om vervolgens deze thema's verder uit te werken.

 

God’s Dice

De muziek is nog niet wegebt of we worden overmeesterd door een tweede sonische bulldozer. Dit keer is het een punker. Kort, krachtig, gelaagd met vocals die de tekst kracht bij zetten. Het nummer (zowel muziek als tekst) is geschreven door Jeff Ament en laat duidelijk zijn punk invloeden zien. Het nummer schakelt in op het nummer hierboven op een zeer verrassende wijze. Hier staat niet noodzakelijk liefde centraal, en de zoektocht daarnaar, als wel het overgeven aan het noodlot. Dit zijn de zogenaamde “God’s Dice” waar de titel naar verwijst. Ook hier is dus verlossing, niet in liefde echter, maar in de overgave en in het besef dat er misschien geen duidelijk antwoord is; en dat we soms alleen de golven kunnen berijden.

 

De sterkste zinnen in mijn optiek (ook geschreven door Jeff Ament) zijn:

 

"My will is crashing, synapses flashing slow
Days like frame by frame, where do they go?
Yeah, why fight? Forget it
Can’t I spend it after I go?

Roll them high
Throw them again
All Gods’ dice

Monkey driven, call this living, ha ha ha
Too much thought, it’s overwrought, a hole
Minding yours, what’s mine, not yours
Will finish us off
Designate my life
Designate a view
Designate my will, my will, my will, I will
Resignate
my god..."

 

Met de nadruk op de laatste twee woorden. (Die op een dubbele wijze geïnterpreteerd kunnen worden.) Er is geen één zienswijze, lijkt het nummer te zeggen, er zijn meerdere zienswijzen; er is dan ook geen één God. (En denk hierbij over de spirituele God in het nummer Sometimes die ik in de recensie van No Code heb beschreven.) Een bijna profetisch liedje, gezien het religieuze geweld vandaag de dag overal om ons heen.

 

Evacuation

Net als het nummer met een klap ophoudt, wordt het opgevolgd met misschien wel het meest hoekige nummer van de plaat en ook een nummer waar ik het meest aan moest wennen. Hier zien we de invloed van Cameron die met uiterste scherpe tijdveranderingen een punker heeft geschreven. De thema is in hoge mate politiek. (Het is de eerste politieke nummer op de plaat, maar niet de laatste.) Die zonder enige twijfel (vergeet niet dat dit 2000 was; voor 11 september en dat de Verenigde Staten na Clinton een conservatieve politieke richting op ging. 2000 was tevens een verkiezingsjaa.) is geïnspireerd door het politieke landschap van die periode. Het nummer schreeuwt letterlijk om “Evacuatie”.

 

Evacuatie van het systeem, de wereld, het landschap waarin we ons bevinden.

 

Net zoals hierboven gaat dit nummer zowel om (politieke) strijd als over overgave. Maar niet de overgave, zoals in God's Dice, waar deze passief is, maar waar de overgave nu een actieve bezigheid wordt; zelfs een daad van (interne?) rebellie.

En met deze drie nummers achter elkaar is de toon van de plaat gezet. Het is niet de akoestische plaat geworden waar sommige mensen bang voor waren. Het begin van de plaats is een dreun, een “wake up call” die precies bedoeld is om dat te doen; ons wakker schudden voor de vragen die later zullen volgen. En hier wordt de thematiek uit geschetst, bij het volgende nummer.

 

 

 

 

 

Light Years

Zowel tekstueel en muzikaal in mijn optiek één van de hoogtepunten van de plaat. Na de explosie en de dreun gaan we de diepte in. Terwijl de schreeuwende gitaren wegebben, en we de eerste stilte horen (denk er aan dat het sonische landschap op deze plaat een rol speelt), wordt deze stilte plotseling ingevuld met een standvastige dreun. Het heeft niet het tribale ritme van Jack Irons. (En hier zien we ook onmiddellijk de invloed die Jack Irons op de voorgaande platen heeft gehad.) Cameron is in zijn stijl strakker en de beat van dit nummer toont het aan. Na de beat volgen de zachte tonen van gitaren en de bas, die langzaam tezamen met de beat, naar een hoogtepunt toewerken. Het breekpunt komt met de tekst, waar het lied plotseling open waaiert:

 

"I’ve used hammers made out of wood
I have played games with pieces and rules
I’ve deciphered tricks at the bar
But now you’re gone, I haven’t figured out why
I’ve come up with riddles and jokes about war
I’ve figured out numbers and what they’re for
I’ve understood feelings, and I’ve understood words
But how could you be taken away?"



Het nummer gaat in hoge mate over verlies. Het verlies van een dierbare, een vriend, een collega; iemand die veel (voor jou) betekende. Maar het gaat om nog meer dan dat, het gaat ook om de existentiële vragen die dit oproept. Dit zien we terug in het refrein van het nummer:

 

"And wherever you’ve gone, and wherever we might go
It don’t seem fair, today just disappeared
Your light’s reflected now, reflected from afar
We were but stones, your light made us stars"




Als we in acht nemen dat niet alle lichtpuntjes in onze sterrenhemel sterren zijn, maar sommige ook planeten die door de zon opgelicht worden als sterren, zien we een verlorenheid in de tekst, maar ook een compliment naar degene die weg is: “We were but stones, but your light made us stars”.
Het tweede couplet verdiept dit door in te gaan op onze kwetsbaarheid en nietigheid en ook de breekbaarheid van het leven zelf. Kunnen we genoeg doen? Gebruiken we onze tijd voldoende? Of zijn we inderdaad teveel bezig met het wachten op het leven?

 

"With heavy breath, awakened regrets
Backpages and days alone, that could have been spent
Together, but we were miles apart
Every inch between us becomes light years now
No need to be void, or save up on life
For you got to spend it all"


 

Rond 4 minuut 50 verandert het ritme, horen we alleen nog maar de gitaren en ebt het nummer weg, zoals klanken – zo kun je je haast voorstellen – tussen de sterren wegebben naar het grote Niets toe.

En net op het moment dat de stilte terugkeert, wordt deze verscheurd door een enkele gitaar:

 

Nothing as it Seems


Volgens velen de meest Pink Floyd-achtige nummer die Pearl Jam ooit heeft geschreven. Het is een subtiele ballade, gecomponeerd door de bassist Jeff Ament, en net zoals het nummer hiervoor gaat het over het breekbare en het kwetsbare in het leven:

 

"Don’t feel like home, he’s a little out
And all these words elope, it’s nothing like your poem
Putting in, in putting in, don’t feel like methadone
A scratching voice, all alone, it’s nothing like your baritone..."

 

De gitaar verdient extra aandacht in het nummer; de melodie drijft erop. Het stuwt het nummer voort en het geeft een bijna psychedelische dimensie, wat ons inderdaad aan Pink Floyd doet denken. Een psychedelische kant die na 2 minuut 53 versterkt wordt als de vocals plotseling een echo krijgen en de tekst een smeekbede lijkt.

 


"Saving up a sunny day, something maybe two-tone
Anything to call his own, a chip off the cornerstone
Who’s kidding, rainy day, a one-way ticket headstone
Occupations overthrown, a whisper through a megaphone"



 

Hoewel ook dit nummer over de breekbaarheid van het leven gaat, zijn de teksten cryptischer dan “Light Years”. Er is een referentie naar drugs, naar het opzoeken naar grenzen. Maar ook naar de breekbaarheid  in de subjectieve beleving van het individu, dat in het groter geheel nietszeggend kan zijn:

 

"It’s nothing as it seems, the little that he needs, it’s home
The little that he sees is nothing, he concedes, it’s home
And all that he frees, a little bittersweet, it’s home
It’s nothing as it seems, the little that you see, it’s home..."

 

En juist hier zien we langzaam de samenhang van de plaat ontstaan. Waar de eerste drie nummers over urgentie en vragen gingen, met een urgentie alsof het bijna naar buiten wilde knappen, gaan de laatste twee nummers over het onvermogen om jezelf over te geven: aan de liefde, aan de overgave en ook aan de “evacuatie” die we misschien voelen. Het toont de uitersten van willen maar niet kunnen. En dit nummer, misschien nog meer dan het nummer hiervoor, toont onze nietigheid, en daardoor ook de nietigheid in onze daden, aan.

 

Thin Air

De gitaren drijven weg, de vragen drijven weg, de enkele stem drijft weg, een stilte valt, dat langzaam wordt gevuld – eerst voorzichtig en onsamenhangend – met akoestische klanken. Dit nummer is geschreven door de ritme gitarist Stone Gossard en is, als we het niet in het geheel zouden plaatsen, een liefdesliedje. (Met misschien wel het meest breekbare stukje muziek rond 1 minuut  en 1 seconde.)  Maar ook hier speelt breekbaarheid echter een rol, waar de titel ook naar verwijst:



"There's a light, when my baby's in my arms.
There's a light, when the window shades are drawn.
Hesitate when I feel I may do harm to her.
Wash it off cause this feeling we can share.
And I know she's reached my heart in thin air..."

 

Het nummer laat tekstueel een idyllisch plaatje zien van een liefde, die enerzijds mooi is omdat het breekbaar is, maar anderzijds de breekbaarheid de mooiheid doet toenemen. Dit zien we ook in de volgende teksten naar voren komen. Het is impressionistisch. Kleurrijk. Maar toont ook onmiddellijk de breekbaarheid van het moment aan:

 

"Byzantine is reflected in our pond.
There's a cloud, but the water remains calm.
Reaching in the suns fingers clutch the dawn to pass.
Even out, it's a precious thing to bear.
And I know she's reached my heart in thin air..."

 

De kracht van het nummer neemt dan ook toe, als we rond 2 minuut en 52 seconden het lied plotseling een octaaf hoger gaat en met deze simpele verandering de urgentie doet nemen. Plotseling schiet de stem naar boven toe, alsof het lied ook in ijle lucht wordt gezongen. Let daarbij op het open einde waarmee het lied ophoudt: “And I know she has reached my heart…

 

Insignificance

Voor redenen die ik nooit geheel kan plaatsen of uitleggen (misschien beroepsdeformatie) doet dit nummer, die het tempo van de plaat doet toenemen, en een rocker is zoals we van Pearl Jam gewend zijn, me denken aan Bosnië en de verschrikkingen die daar hebben plaats gevonden. Hoewel geen enkele bandlid daar naar heeft verwezen, kan ik me soms niet aan het idee onttrekken dat deze gebeurtenis, die de jaren negentig in de Westerse wereld op zijn grondvesten deed schudden, een bijdrage aan de tekst heeft gehad. De belofte “never again” was immers niet volbracht. Europa had in tegenstelling wat het zichzelf had beloofd, opnieuw een genocide toegelaten en ook de Verenigde Staten, had eerst in Rwanda en later in Bosnië toegekeken. Wel of geen genocide, ik denk dat het nummer naar de zinloosheid van oorlogsgeweld verwijst en naar het feit (en denk aan “Nothing as it Seems” en “Light Years”) dat we in principe onbetekenend en onbeduidend zijn in het grote universum. Dit nummer verbindt dus de thema’s die op verschillende vlakken hiervoor zijn aangetast, aangeraakt – als voorzichtige streken verf van een penseel op een canvas – op een standvastigere manier. Hier is de roep of schreeuw, die op de achtergrond van de plaat aanwezig was, maar nu met kracht naar voren komt:

 

“All in all its no one fault,
Excuses turn to carbon wall
Blame it all on chemical intercourse
The swallowed seed of arrogance
Breeding in the thought of ten thousand fools who fight, irrelevance...”



De protagonist lijkt te zeggen dat het excuus dat we onszelf geven (DNA/ ethnische identiteit/ raciale identiteit) precies dat zijn: excuses om de betekenisloosheid van onze bestaan en daden een betekenis te geven.

 

Het zijn wij mensen die dit doen (“as the human tide rolls in”) juist omdat er, als we het geheel bevatten, en denk hierbij ook aan de “artwork” en de teksten van de nummers hiervoor, er eigenlijk geen betekenis is, alleen maar nietigheid. (Om deze redenen doet deze plaat me bijna denken aan "The Unbearable Lightness of Being" van Kundera.) En dit is misschien ook wel de kern. Juist omdat we zo klein zijn, zo betekenisloos, zijn we eerder geneigd om betekenis te zoeken; om de breekbaarheid die ons vasthoudt om te zetten in steen of bloed:

 

“Bombs dropping down, please forgive my hometown,
In our insignificance; Its instilled to wanna live…”

 

Of later:

 

“Feel the resonance in the distance, in the blood the iron lies…”



En dit is misschien wel de kern en de uiterste van deze plaat. Dat strijd voortkomt uit het feit dat we zin aan onze bestaan proberen te geven. Zin die per definitie, omdat we gebonden zijn aan deze zelfde ruimte en tijd, fragiel en breekbaar is; misschien zelfs betekenisloos als we de weidsheid van het universum in het oog geschouw nemen. De meest breekbare momenten worden mooi (“Thin Air”) maar het kan ook duistere en oorlogszuchtige vormen aannemen, waar mensen hun betekenis met bloed (“the iron lies”) proberen vast te leggen.

 

Twee uitersten; die op een enkele punt samenkomen. Dit is denk ik de thema van het album; nietigheid enerzijds, betekenisgeving anderzijds en deze frictie en wisselwerking is de kern. Hier kunnen mooie dingen (liefde) uit voortkomen als gruwelijke dingen, zoals oorlog, xenofobie en genocide. Hoe verschillend deze twee zaken ook lijken, ze staan niet los van elkaar, maar zijn met elkaar verbonden. Het is de grootsheid dat ons immers nietig maakt en deze nietigheid zorgt voor de drang naar betekenisgeving.

 

Zo wordt the unbearable lightness of being inderdaad unbearable en kunstmatig "zwaar".

 

 

 

 

 

Of the Girl

En na deze universele statement, die eigenlijk de basis van het album vormt, komt het lied waar de titel op is gestoeld. Waar in de vorige nummers alleen sommige instrumenten (voornamelijk de drum) via de methode van Binaural was opgenomen, is dit nummer geheel op deze wijze opgenomen, en dit horen we in de ruis aan het begin. De “stilte” waar Eddie Vedder naar verwees. Een stilte die langzaam met vallende gitaargeluiden wordt overgenomen en toeneemt, zoals een golf die langzaam naar de kust komt rollen. Dit is het tweede nummer dat geheel geschreven is door Stone Gossard. Het vertelt het verhaal van een man die zijn geliefde is kwijtgeraakt, of tenminste, een vrouw waarvan hij ooit heeft gehouden is kwijtgeraakt en waarbij de protagonist soms nog overvallen wordt met “de gedachte” of “herinnering” aan deze vrouw.

 

Omdat het geschreven is door Stone Gossard is het heel verleidelijk om dit nummer naast “Thin Air” te plaatsen, dat over de vluchtigheid van schoonheid ging en hier zien we de echo van zo een ontmoeting. En hoewel het zou passen in de thema van het album, denk ik niet dat het allemaal zo doordacht is.

 

Toch komt ook hier kwetsbaarheid en breekbaarheid als thema’s naar boven. Zowel in de muziek, die opbouwend, opzwepend en bijna fragiel is, als wel in de tekst die op een zeer breekbare manier wordt gezongen. De tekst zelf is bijna geschreven in de (literaire) vorm van “train-of-thought” – onsamenhangende fragmenten die tezamen een beeld van de protagonist vormen. Een protagonist die in hoge mate vast zit in het verleden en soms overspoeld wordt aan die herinnering die hij maar niet kan loslaten. (Die hij dus als het ware "zwaartekracht" geeft.) Dit is het moment in zijn leven geweest waar hij vrijheid heeft gevoeld en deze in de herinneringen herbeleeft. Het zijn dan ook de momenten en de herinneringen aan haar, wie zij ook mag zijn, die hem plotseling kunnen overvallen en hem weg kunnen spoelen. Hier een voorbeeld van de weergave van de tekst, waarbij de muziek bij “how he makes his getaway” bijna openbreekt, zoals een golf openbreekt als het tegen de rotsen knalt; om vervolgens weer terug te vallen in de bijna hypnotiserende ritme dat het nummer kenmerkt. Het is een mooie onderbreking van de heftige “Insiginificance”, naar de misschien nog wel heftigere “Grievance”.



"Oh, he deals ‘em off, off the top, ties ‘em off
Fills it up with his past, gets carried away
Oh, half his life, a hand-me-down, wasted away
Oh, he fills it up with the love of a girl

Oh, he left it alone, drilled the pain with money to buy

How he makes his getaway
How he makes his getaway

Oh, he chose a path, heavy the fall, quarter to four
Fills his mind with the thought of a girl

How he makes his getaway, how he makes his getaway..."



Grievance

Het nummer Grievance valt weer in de orde van punkrock, maar met een veel stevigere basis en politieke geëngageerdheid dan de nummers hiervoor. Toen ik in Amerika woonde, herinnerde ik me dat we iedere ochtend de “Pledge allegiance" moesten opzeggen tegenover “de Amerikaanse vlag”. Het wordt (op scholen) door de intercom omgeroepen, de studenten staan op en de “Pledge allegiance” wordt gegeven. (We kennen dit fenomeen in Nederland niet, dus ik leg het maar even uit.) Het begint met de woorden “I pledge allegiance to the flag of the United States of America and to The Republic to which it stands etc.” Dit nummer geeft aan deze nationalisme een draai door allegiance te vervangen met “Grievance”. De eerste regel van de tweede verse is dan ook: “I pledge my grievance to the flag” en is één grote kritiek naar de Verenigde Staten en dan met name hoe de vrijheid van de burgers (d.m.v. technologie) steeds meer wordt ingebonden. Als we onthouden dat dit nummer is geschreven in 2000 (nog voor de schandalen en de zogenaamde Patriot Act van Bush) is het bijna profetisch. Het nummer is kort, krachtig, met een fenomenale tijd verandering rond twee minuut negentien. Misschien wel de krachtigste protest nummers die rond deze periode is geschreven, en ook hier zien we de vluchtigheid van ons bestaan. Het nummer geeft bijna de indruk dat vrijheid enerzijds gevierd dient te worden, maar dat het ook iets vluchtigs kan zijn dat we kwijt kunnen raken, als we niet oppassen en als we niet voor onze rechten opkomen; ook onze politieke constellaties, zo lijkt dit nummer te zeggen, zijn zonder dat we dit te beseffen, gebonden aan tijd, ruimte en plaats. Daarom zien we zowel een strijd voor het behoud als de viering van vrijheid in dit nummer terugkomen.

 

Hier wel een contextuele waarschuwing. Waar het liberalisme in Nederland vooral in de rechter politieke landschap wordt geduwd, is deze in de Verenigde Staten eerder links. Daar staat het Conservatisme/ Neo-liberalisme en het Liberalisme (een woord die hier in Nederland bijna niet wordt gebruikt, terwijl het Neo-liberalisme wel de (rechtse) liberale partijen vertegenwoordigd) tegen over elkaar in een twee partij systeem. Links en rechts hebben dus een andere betekenis.

"Have a drink, they’re buying
Bottom of, bottle of denial

Big guy, big eye watching me
Have to wonder what it sees
Progress laced with ramifications
Freedom’s being plunged

Pull the innocent from a crowd
Raise the sticks, then bring ‘em down
If they fail to obey
If they fail to obey

For every tool they lend us
A loss of independence

I pledge to my grievance to the flag
‘Cause you don’t give blood, then take it back again
We’re all deserving of something more

Progress, taste it, invest-it-all
Champagne breakfast for everyone

Break when the innocent when they’re proud
Raise the stakes, then bring ‘em down
If they fail to obey
If they fail to obey

Pledge my grievance to the flag
Aw come on, don’t give blood, then take it back again
We’re all deserving of something more

I wanna breathe
I wanna see
I wanna taste
Everyone I see
I wanna run, when I’m up high
I wanna run to the sea
I only want life to be
I just wanna be
I will feel alive as long as I am free..."

 

Hoewel het nummer los lijkt te staan van de thematiek van het album, doet het dit niet. Het brengt onze gewonnen "vrijheden" ter discussie, relativeert ze, en stelt dat (neo) liberale krachten deze vrijheid (uit angst) kunnen verscheuren. Dat is de "Grievance"; dat echte vrijheid niet gedeeld kan worden, vooral in een land als de VS waar de breuk tussen rijk en arm enorm is; en dat gelijkheid en vrijheid dus als tegenpolen worden gevormd. Oftewel: de illusie dat gelijkheid niet samen met vrijheid op kan gaan, is precies dat, een illusie. Waar de angst en nietigheid in "Insignificance" in oorlog werd geplaatst, wordt het in dit nummer geplaatst in de economische vrijheid van allen.

 

En met dit valt ook het volgende nummer op zijn plaats:

 

Rival

Het derde nummer dat geschreven is door Stone Gossard. Het begint met het gegrom van een hond en verandert vervolgens in een soort bluesachtige stamper, waar een protagonist een oorlog tegen de wereld wil beginnen. Hoewel de tekst relatief cryptisch is of juist super letterlijk (ik weet het nooit zeker bij Stone Gossard), en ook in de eerste instantie - als we het nummer an sich bestuderen - moeilijk in de thema van de plaat is te plaatsen, geeft misschien de uitleg van Stone Gossard zelf wat meer inzicht in de achtergrond van het nummer. Hij heeft gesteld in een interview dat het nummer geïnspireerd is door de verschrikkelijke gebeurtenissen in Columbine. Hoewel dit niet onmiddellijk in de tekst terug te vinden is, (in mijn optiek tenminste), geeft het wel betekenis aan de protagonist die de wereld op zich neemt, de hele wereld bevecht en betekenis aan de laatste zin van het nummer: “How’s our father supposed to be told?” Hier is de nietigheid weer teruggebracht op micro niveau. Een soort individuele oorlogsvoering, die betekenis aan protagonist dient te geven. Over het algemeen een goed nummer, die voortborduurt op thematiek met een andere invalshoek, maar hier ook van af lijkt te wijken. En misschien is dit ook wel de bedoeling en geeft het daardoor meer kracht aan het nummer dat volgt, de prachtige en experimentele Sleight of hand.

 

 

 

 

 

Sleight of Hand


Als we twijfelen aan de dichtkunst van Eddie Vedder dan verwijs ik degene altijd naar een paar nummers - Release, I’m Open, Given to Fly, Light Years – en dit nummer, gezongen op een beat die in de eerste instantie merkwaardig en bijna tegendraads aanvoelt: alsof niet het ritme wordt aangeslagen, maar de beats daaromheen. Dit nummer brengt ons weer geheel terug naar de thema van het album: de kortstondigheid van het leven en de fragiliteit van het bestaan. Eenzaamheid wordt door de tekst bijna tastbaar als Ed Vedder vanuit het oogpunt van een persoon zingt die vast zit in de dagelijkse routine en deze wilt loslaten. Het leven gaat letterlijk aan hem voorbij. Een gevoel dat we ongetwijfeld allemaal herkennen. Het is echter de dichtkunst en de speling met woorden die het voelbaar maken, hoorbaar maken en het nummer een diepgang geven, die op een vreemde manier vervlochten is met de merkwaardige soundscape en beat. De titel verwijst overigens naar de handeling die goochelaars hanteren (je zou het kunnen vertalen naar “vliegensvlug”) door met een hand omdraai iets te laten verdwijnen. Ook hier komt breekbaarheid en broosheid weer terug, maar ook de vluchtigheid van het leven. Vluchtigheid dat zomaar kan verdwijnen.

 

Ik kan er verder op ingaan, maar misschien is het beter om de tekst voor zich te laten spreken:

"Routine was the theme
He’d wake up, wash and pour himself into uniform
Something he hadn’t imagined being...
As the merging traffic passed
He found himself staring down
At his own hands
Not remembering the change
Not recalling the plan
Was it…?

He was okay
But wondering
About wandering
Was it age?
By consequence?
Or was he moved sleight of hand?

Mondays were made to fall
Lost on a road he knew by heart
It was like a book he read in his sleep, endlessly
Sometimes he hid in his radio
Watching others pull into their homes
While he was drifting

On a line
Of his own
Off the line
Off the side
By the by
As dirt turned to sand
As if moved by sleight of hand

When he reached the shore of his clip-on world
He resurfaced to the norm
Organized his few things, his coat and keys
Any new realizations would have to wait
Till he had more time
More time

A time to dream
To himself
He waves goodbye
To himself
I’ll see you on the other side
Another man moved by sleight of hand..."


 

Soon Forget


Misschien wel de eerste Ukulele lied die Ed Vedder op een plaat heeft geplaatst (maar volgens eigen zeggen, niet de eerste die hij heeft geschreven – zie hier ook mijn recensie van het album Ukulele Songs). De muziek doet sterk aan "Blue, Red and Grey" van The Who denken en de tekst is bijna kinderlijk eenvoudig. Het is een goede onderbreking van de atmosferische "Sleight of Hand" en misschien wel de claustrofobische “Parting Ways” waarmee de plaat zal eindigen. Het klinkt als een luchtig nummer, die toch een zware boodschap, ondanks de luchtigheid met zich meedraagt. Het nummer gaat over iemand die alles heeft, zich geheel heeft gevestigd in de materiële wereld, maar die toch “snel vergeten” zal worden. Waarom, omdat materie een manier is (net zoals oorlogsvoering en persoonlijk geweld) om iets te vereeuwigen, wat niet te vereeuwigen is. Namelijk ons bestaan. Ook dit lichte nummer grijpt terug naar onze nietigheid. Een nietigheid die ons beangstigd, en die we daarom een reden willen geven.

 

Dit keer wordt deze thematiek echter op een lichtere manier (en met leuke woordspelingen, zoals "Benjamins") benaderd. Zoektocht naar materiele rijkdom, komt net zoals andere zaken voort om gewicht te geven aan ons leven, dat feitelijk gewichtsloos is.

 

 

 

 

 

Parting Ways

Toen ik dit nummer voor het eerst hoorde, deed het me denken aan “Long Road” van Merkinball. Dezelfde opening, dezelfde riff, maar toch anders; met name veroorzaakt door de strings die op de achtergrond spelen. Het geeft het nummer een buitengewone claustrofobische sfeer, alsof er geen lucht is tussen de instrumenten. (De strings zijn niet zo verweven als in "Just Breathe" en “The End”, nummers die de cello’s en violen recht doen.) Dat is hier een stuk minder het geval; hier spelen ze door de melodie heen. Is dit erg? Nee. In het begin vond ik dat wel. Vond ik het nummer chaotisch en rommelig, met ook weer een tijd- en melodie verandering rond minuut twee en dertig seconden, waarin Eddie Vedder “Drifting away” zingt en je ook het gevoel hebt dat je wegdrijft. Nu vind ik het misschien wel de beste closer van een Pearl Jam album. (Gevolgd door twee andere, waar ik later op terug zal komen.)


Het is me nu duidelijk dat het claustrofobische en dichtheid, de verstikking weergeeft die een relatie soms teweeg kan brengen en dat juist de verstikking een reden kan zijn om een relatie te verbreken of om weg te drijven. Hoewel het nummer, toen fans het voor het eerst hoorde (er is ergens een bootleg van een soundcheck in Barcelona, waar de tekst nauwelijks hoorbaar is) en de titel fans deed speculeren of dit de laatste Pearl Jam plaat zou worden, is het inmiddels duidelijk dat dit nummer in hoge mate autobiografisch is; het is geschreven rond de periode dat Eddie Vedder door een scheiding ging. Dat daar gelaten, als we het plaatsen in de thematiek van het album, is het een somber einde. Terwijl liefde misschien juist wel het enige rots leek dat ons bestaan op een positieve manier betekenis gaf (denk aan "Light Years", "Thin Air" en "Of the Girl") wordt deze illusie ons in dit nummer ontnomen. Dit nummer geef aan dat liefde ook vluchtig en breekbaar is, en dat mensen soms niet met grote drama’s elkaar verliezen, maar juist door het dagelijkse, door de ruis die er om ons heen bestaat. Soms, heel soms, drijven we gewoon weg van elkaar. Meer niet. En verliezen we elkaar uit het oog. Maar misschien ligt hier ook wel hoop en kracht; door het vluchtige en de nietigheid, neemt deze liefde juist in kracht toe. Hoewel het niet blijvend is, geeft de breekbaarheid het juist glans. Het is echter een schrale troost en een somber einde.


Net zoals “Sleight of Hand” heeft dit nummer en geweldige tekst, die ik je niet wil onthouden:


"Behind her eyes, there’s curtains
And they’ve been closed to hide the flames, remains
She knows their future’s burning
But she can smile just the same, same
And though her mood is fine today
There’s a fear they’ll soon be parting ways

Standing like a statue
A chin of stone, a heart of clay, hey
And though he’s too big of a man to say
There’s a fear they’ll soon be parting ways

Drifting away, drifting away, drifting away...."

 

Writer’s Block


Eigenlijk is de plaat opgehouden, toch duurt het nog een aantal minuten voordat de plaat echt eindigt. We horen niets, totdat we plotseling uit net niets een typemachine horen tikken. Het is de eerste keer dat de stilte tussen de nummers plotseling een betekenis krijgt (“Writer’s Block”), maar ook een manier om het album toch niet geheel met een sombere toon te laten eindigen. Misschien geeft het tevens het moeilijke proces weer waarop deze album tot stand is gekomen. Het proces leek, zo blijkt uit interviews, niet geheel vloeiend te zijn gegaan, met name omdat McReady met zijn gezondheid en verslavingen vocht, Vedder met zijn scheiding en tijdens het opnemen een ware "writers block" had. Het is overigens ook de laatste keer dat Pearl Jam zo een extra nugget of nummer aan het einde van een album plaatst; alsof ze hiermee willen aantonen dat met de stilte alles is gezegd. En misschien is dat ook zo. Misschien spreekt stilte wel luider dan woorden en is het stilte het enige wat daadwerkelijk overblijft.

 

Stilte dat in muziek is gevangen.

 

 

 

 

The artwork

Binaural is op geen enkele manier een makkelijke en toegankelijke album. Het duurt een tijd voordat je de samenhang hebt ontcijferd en het duurt misschien nog wel langer om de boodschap te achterhalen die in het album verborgen ligt. Het schrijven van deze recensie heeft me letterlijk maanden geduurd. Waarom? Omdat de extremen (nietigheid vs, betekenisgeving) op zo een fragiele punt samenkomt, dat het moeilijk is om het in woorden te vangen. Je moet het voelen, ervaren. Vangen in ruis. Er zijn hier hele filosofische theorieën over geschreven (lees ook Kundera) en gaat misschien wel naar de kern van ons "mens-zijn". We willen namelijk niet nietig zijn. We willen niet klein zijn. Dus geven we ons leven kunstmatig zwaartekracht, waar deze feitelijk niet bestaat. Alles is namelijk vluchtig. We zijn een stofdeeltje, en nog minder, in het universum. Deze boodschap is ook terug te vinden in de fotografie en artwork om en rond de plaat die de thematiek ondersteunt. Enerzijds zien we foto’s van de studio – van het mondaine, het dagelijkse, het kleine - anderzijds zien we foto’s gemaakt door de Hubble Telescope. Twee uitersten. De voorkant laat ook de Hourglass Nebula zien (zie hierboven), die om een stervende ster circuleert, terwijl deze gas formatie ook weer de voedingsbodem is voor nieuwe sterren. Hierin ligt ook de boodschap. Deze plaat gaat over extremen. Groot vs. klein. Dood vs. leven en de fragiliteit er tussenin. Dat is de kern, de ruis, die gevangen dient te worden: onze nietigheid, onze kortstondige bestaan in al zijn vormen, die wij vorm proberen te geven. Wij geven betekenis aan het universum en niet andersom. En deze gedachte is zowel ontnuchterend en beangstigend tegelijk; en tussen deze extremen balanceert Binaural op een dun koordje.

Anthonie Holslag

 

Je kunt de plaat hier bestellen.

 

Voor voorgaande muziek recensies klik hier:

 

No Code

Vitalogy

Blog

Contact