Navigatie

 

Een tipje van de sluier 1

 

Het is zover. Het eerste deel van het manuscript is klaar. Nu redigeren. Argumenteren. Nog meer redigeren. Een cover bedenken. Een marketingplan uistippelen die bij het boek past en dan uiteinelijk het aan de publiek tonen. We houden nog heel veel geheim. Ik kan alleen stellen, dat het een ander soort boek is dan Toevluchtsoord. (En het me ook veel langer heeft gekost.)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toevluchtsoord - tweede editie

 

 

Met trots kan ik vermelden dat mijn boek Toevluchtsoord de tweede druk is ingegaan. Om het te vieren hebben we illustraties toegevoegd van Gidion van de Swaluw die het geheel nog enger en spannender maken. En misschien nog wel bevreemender. Je kunt het boek zowel via deze website bestellen voor een gesigneerd exemplaar als bij mijn uitgeverij Quasis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fanclub pagina

 

 

Het is natuurlijk een ontzettend grote eer als lezers van je boeken besluiten een fanbook pagina te maken op Facebook. Ik was zo ontroerd door het gebaar dat ik de pagina ook zal verwennen: met wedstrijden, greet and meet, lezingen, de laatste nieuws en ieder jaar een verhaal alleen voor de fans. Er zullen ongetwijfeld nog andere leuke dingen op verschijnen.

 

Je kunt hier lid worden. Je dient wel een FB account te hebben.

 

 

 

 

 

Recensie: Max Havelaar met Zombies
 
Auteur: Martijn Adelmund
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Toen dit boek verscheen, verviel me de angst dat dit een voortzetting was van een nieuwe trend en gimmick: klassiekers omzetten in horrorverhalen. Een voorbeeld hiervan is de inmiddels bekende en verfilmde “Pride and Prejudice and Zombies” door Seth Grahame-Smith, dat het thema van het verhaal en het netwerk van motieven dat Austen zorgvuldig heeft opgebouwd, heeft platgeslagen, om een verhaal te brengen met veel bloed en een aantal enorme plotgaten. Gelukkig is Max Havelaar dit niet geworden. Sterker nog: Martijn Adelmund is trouw gebleven aan het originele verhaal en de boodschap dat het verhaal in zich droeg. Om dit te begrijpen, en de complexiteit van het boek en daarmee ook deze recensie, eer aan te doen, heb ik naar de volgende specifieke elementen gekeken: 
 
 
a) de opbouw van het verhaal, b) de symboliek en motieven die Adelmund vakkundig gebruikt en c) de plotwijzigingen die plaatsvinden – en dan met name door de zombies.
 
 
Dit is geen gemakkelijk boek. Maar is ook nooit als een gemakkelijk boek bedoeld. 
 
 
Martijn Adelmund volgt in hoge mate de verhaallijn van Multatuli (wat geen eenvoudige opgave is), waaronder de eerste en alom bekende zin: “Ik ben makelaar in koffie, en ik woon op de Lauriergracht no. 37.” Net zoals Multatuli schrijft Adelmund een verhaal in een verhaal, waarbij dhr. Droogstoppel één van vertellers is, die door een onbekende man (“Sjaalman”) een manuscript in zijn handen geduwd krijgt. Droogstoppel weet aanvankelijk niet hoe hij het manuscript op waarde dient schatten of wat hij er mee dient te doen. Omdat het “iets” met koffie te maken heeft, en omdat hij bang is dat zijn concurrenten het manuscript overkopen (zoals Busselinck en Waterman), neemt hij het manuscript aan en geeft deze aan zijn werknemer Stern, om het te onderzoeken, en te vertalen naar een verhaal over de koffiehandel. Dit maakt Stern de tweede hoofdverteller van het boek dat de lotgevallen van Max Havelaar beschrijft. 
 
 
Hoewel hij de tweede verteller is, spreekt Stern zelden in de eerste persoonsvorm, maar hij noteert eigenlijk het verhaal zoals deze door “Sjaalman” is gegeven. Zijn stem is dus eigenlijk de stem van de Sjaalman. (Er is ook een derde verteller, maar daarop kom ik later terug.) Dit maakt Stern misschien iets passiever, maar ook – en dat is de verfijning in de compositie – een archetype die zich misschien door jeugdigheid of door een gevoel van rechtvaardigheid, tot ergernis van Droogstoppel, door het verhaal wordt meegevoerd. 
 
 
Stern is de Nederlander die zich langzaam bewust wordt van de misstanden op mondiaal niveau. Droogstoppel stelt voornamelijk zijn eigen gewin centraal en vergoelijkt deze vaak met tegenstrijdige en tevens ironische observaties. (Ik wil de lezer er dan ook op attenderen om de lijst zoals opgeschreven op pag. 35 t/m 41 – niet over te slaan, want die zegt iets over Droogstoppel en werkt, tezamen met zijn andere observaties op de lachspieren.) Stern is als verteller iets minder zichtbaar, maar zijn romantische inslag en hunkering van rechtvaardigheid, is de tegenovergestelde van Droogstoppel, en is op de achtergrond aanwezig. En dit is een enorme prestatie: met twee zo verschillende personages (en we zouden Sjaalman het derde personage kunnen noemen) een microkosmos te creëren die de complexiteit van het kolonialisme en de ethische vragen die daaruit voorkomen neer te zetten. 
 
 
Adelmund heeft het zich dus niet makkelijk gemaakt, hij heeft misschien wel het meest complexe en tevens confronterende boek uit Nederlandse literatuur genomen om nog steeds een universeel probleem aan te tonen; namelijk de mondiale ongelijkheid, die nog steeds zichtbaar is en voortkomt uit onze collectieve koloniale verleden. Het boekt geeft ook tributen aan andere Nederlandse schrijvers die over Indonesië hebben geschreven. Zo voel je in sommige beschrijvingen de mystiek zoals Couperus in “De stille kracht” in zijn proza heeft weten te verwerken. Of de eenzaamheid (vaak verbeeld in de vrouw van Max Havelaar), zoals ook in “Oeroeg” van Hella S. Haasse is beschreven. Deze passages leven. Het zijn dit soort beschrijvingen die Multatuli minder gebruikte; hij wilde voornamelijk een politiek geladen boek schrijven, om de Nederlandse lezers wakker te schudden over de misstanden die in Indonesië plaats vonden. 
 
 
Het manuscript dat Droogstoppel in zijn handen krijgt, gaat over het relaas van Max Havelaar, de nieuwe assistent-resident van Rangkasbitung, die de corruptie, maar ook de onderdrukking van de Indonesiërs, van zijn voorganger, aan de kaak wil stellen. In tegenstelling tot andere Nederlanders in Indonesië, is hij niet bereid de andere kant op te kijken. Het boek legt dan ook de ingewikkelde machtsstructuur bloot, zoals deze destijds gebruikt werd: de Nederlandse machthebbers gebruikten vaak de lokale machthebbers om zo hun koloniale doelen te bereiken. De gemiddelde Indonesische boer werd uitgebuit, zowel door koloniale heersers als de landeigenaren (door ingewikkelde patron-cliëntrelaties). In zover volgt Adelmund ook het boek van Multatuli en hij gebruikt dezelfde scherpe observaties, met een wrang maar tevens sarcastisch gevoel voor humor. Wat het boek uiteraard anders maakt, is dat sommige inwoners van Rangkasbitung slachtoffers zijn geworden van de “slaperziekte”. Door dit simpele woord te gebruiken, geeft Adelmund al aan, dat het zombieverhaal dat in deze hervertelling is verweven, in tegenstelling tot het boek van Grahame-Smith, het zombie gedeelte geen gimmick is, maar een vastomlijnde motief dat iets zegt over de onderdrukking van de Indonesiërs en de machteloze posities waar ze inzaten. Het woord zegt het al: “slaperziekte”. Er werd van de Indonesische bevolking verwacht dat ze niet in opstand kwamen, dat ze doof, stom en blind waren, stukgeslagen in het vacuüm waarin ze zaten. Deze slaapziekte geeft als motief beide onderdelen van het systeem weer: het volgen en meegezogen worden van het systeem (soms worden de slapers namelijk door de landelijke resident Adipati ingezet om Max Havelaar te doden), maar ook geven ze het verzet weer. Zombies bijten mensen, maken anderen ook tot zombies.
 
 
Het is een knap gevonden symbool voor het groeiende verzet onder de bevolking, maar ook de machteloosheid die ze ervaren. Door de slaperziekte dus niet als effect of als een verklaring te zien, maar als een analogie en metafoor, geeft het onmiddellijk de webben van complexiteit weer die het Kolonialisme weefde, gebruikte en in standhield. Niets was zwart of wit. Dit wordt ook zodanig, zij het subtiel, door Adelmund gezegd:
 
 
“Het is moeilijk om een persoon te beschrijven die erg ver van de dagelijkse normen afwijkt. Daarom maken romandichters hun helden gewoonlijk tot duivels of engelen. Zwart of wit laat zich nu eenmaal makkelijk schilderen, maar moeilijker is het om juist de schakeringen die daartussen liggen natuurgetrouw weer te geven, dus niet te donker en niet te licht.”
 
 
Dit is ook wat de slaperziekte symboliseert: de schakeringen tussen het donker en het licht. Waar de duisternis de onderdrukking en het Kolonialisme is en liefde, en het liefdesverhaal, die zowel bij Multatuli als bij Adelmund wordt beschreven, het licht is; daar staat de onderdrukking ertussen in. De harde en grijze realiteit daartussen is de slaperziekte; een ziekte die voorkomt uit het Kolonialisme en waar de Indonesiërs fysiek aan lijden, maar mensen als Droogstoppel misschien metaforisch aan lijden, door de realiteit te schuwen. Ook Droogstoppel slaapt.
 
 
Adelmund, en dit verdient een extra punt van aandacht en is zonder meer ook een compliment waard,  schreef dit boek bijna in een negentiende eeuwse stijl, maar hij maakt het toch modern. Hij heeft letterlijk de schrijfstijl van Multatuli overgenomen. Het is bijna alsof hij het boek in oud Neerlandsch heeft geschreven (zonder oud Neerlandsche woorden te gebruiken). Dat wordt vooral zichtbaar in de (lange) zinstructuren en de grammaticale opbouw van de zinnen. Adelmund kiest zijn woorden zorgvuldig, waardoor het boek, het gevoel of impressie weergeeft van een negentiende-eeuws boek. Er zijn weinig schrijvers die de kunst van het schrijven zodanig beheersen, dat ze zelfs de stijl, die toch vaak aan de auteur verbonden is, ten diensten weten te stellen aan het verhaal. Adelmund doet dit, waardoor het boek een vorm van authenticiteit met zich meedraagt.
 
 
Het boek, hoewel het een zombieroman is, is niet gevuld met bloed en gore. De horror is subtieler en hangt samen met de symbolische betekenis van de slaperziekte. Het gehele boek gaat over erkenning of ontkenning. Zowel in de persoonlijke zoektocht van Tine (vrouw van Max Havelaar), die haar plek in Indonesië probeert te vinden, als in de onmacht en woede die Max Havelaar voelt omdat anderen wegkijken van de onderdrukking die plaats vindt (en hoe zijn verzet hem een aantal keer bijna het leven kost en tevens zorgt voor een interne strijd), maar ook in de personifiëring van Droogstoppel (ontkenning) en Stern (erkenning). Het boek is met deze thema’s doordrenkt en alle motieven zijn dan ook met deze thema’s verbonden. We lezen over de strijd van Max Havelaar, hoe hij gerechtigheid wil maar tevens wordt tegengehouden en hoe machtig mensen zoals de Adipati door het Kolonialisme worden gebruikt. De uitbuiting is zowel een extern als een intern probleem. Het groeit Max Havelaar dan ook boven zijn hoofd, waardoor hij uiteindelijk zijn functie neerlegt.
 
 
En dit brengt me op de derde stem - een die ik altijd het krachtigste vond en die het narratief van het hele verhaal doorbreekt. Het is de stem van Multatuli zelf en dit is ook, zoals in het bronverhaal, een stem die schreeuwt om aandacht en gerechtigheid. Die dwingt om gelezen te worden.
 
 
Deze stem is ook terug te vinden in het nawoord van Adelmund zelf, als hij het boek in een hedendaags perspectief plaatst: 
 
 
“(…) het is een aanklacht tegen de publieke opinie, die nog steeds moeite heeft de koloniale geschiedenis de juiste plek te geven in ons maatschappelijke bewustzijn en in onze nationale geschiedschrijving. Ik vind dat dat in deze tijd wel moet gebeuren. We oordelen bijvoorbeeld heel snel over vluchtelingen op zoek naar welvaart, terwijl onze welvaart deels op roof en uitbuiting is gebouwd – van de werelddelen waar die mensen vandaan komen.” 
 
 
Deze uitspraak brengt het boek op een ander niveau en maakt het tevens actueel en urgent. Het Kolonialisme, niet langer als een materieel fenomeen, maar wel als een imaginair fenomeen is nog steeds voelbaar en aanwezig. Onze conflicten vandaag de dag en de processen van in- en uitsluiting zijn hier de kinderen van - kinderen die we iedere dag onderbewust voeden, waardoor we de scheve status quo proberen te behouden. Dit boek, dat in mijn optiek teveel genegeerd is in het afgelopen jaar en meer dan een nominatie waard is, dient gelezen te worden. Niet als pulp of een simpel horrorverhaal. (Daar kan het boek zich voor lenen, maar dat hoeft niet.) Maar als een politiek gedreven verhaal met een tijdloze en een universele boodschap. Het stelt de vraag wie eigenlijk de “slaperziekte” heeft. De mensen die de onderdrukking ondergaan of degenen die toekijken en niets doen. Ik weet het antwoord dat Multatuli op deze vraag zou hebben gegeven.
 
 
 
Anthonie Holslag, 14 januari 2019, Amsterdam.   
 
 
 
 
 
  
Martijn Adelmund
 
 
 
Informatie over het boek:
Boek: Max Havelaar met zombies
Auteur: Martijn Adelmund 
Uitgeverij: Luithing-Sijthoff B.V.
Blz: 318
ISBN: 978-90-245-7461-2
 

 

 

 

 

 

 

Dit keer een Spotlight over Mathijs Hulster die een aantal YA boeken heeft geschreven. Hier een interview over zijn inspiratie, schrijfprocres etc.

 

1) Je boek is YA. Wat is je inspiratie geweest voor dit boek?

 

 

In de breedste zin zijn dat ‘mysteries’. Ik heb altijd gesmuld van mysteries zoals spookverhalen, ufo’s, complottheorieën en alles wat nog meer de verbeelding prikkelt. Wat als de wereld niet is wat ze lijkt? vroeg ik me als klein mannetje af – ja, dat was ik ooit. Zouden we daar dan ooit achter komen? Als tiener leek me de kans bijna oneindig klein dat we precies hier, in de Westerse Wereld, op dit moment in de geschiedenis, het plaatje wel zo’n beetje compleet hadden.

 

 

In De Vrije Wereld wilde ik de lezer met een brandend verlangen naar antwoorden opzadelen. De personages treffen op hun verraderlijke pad een Oudegyptisch masker, een dodenrijk, een militante magische groep genaamd de Orde van Apophis, waarvan niemand de ware beweegredenen kent, en een nóg meer ongrijpbare, schijnbaar oppermachtige gave. In de Portaal-reeks – waar De Vrije Wereld het eerste boek van is – zijn dat slechts puzzelstukjes van een groter, alomvattend mysterie. Brrr… ik kan niet wachten totdat ik dát aan lezers kan onthullen.

 

 

2) Wat is, als je terugkijkt, een rode draad in je werk? Welke thema’s zijn voor jou terugkerend en van belang?

 

 

In mijn verhalen ontbreekt nooit een filosofische component. Er is altijd een zoektocht naar de waarheid achter het een of het ander. Daaruit voort vloeit bijna onvermijdelijk ‘de leugen’ en ‘het kwaad’. De omgang met het kwaad is een fascinatie van mij. Hoe glijden mensen en gemeenschappen ernaar af? Hoe kunnen ze zichzelf blijven zien als ‘de goede partij’ – waar gaat dat toch steeds fout? Begeerte naar macht maakt mensen creatief in het zoeken naar manieren om hun gedachtekronkels te rechtvaardigen. Ik zet mijn creativiteit liever in om te schrijven over boosaardige mensen.

 

Een ander thema is – jawel – ‘het goede’. Wat houdt het in om juist te handelen? Welke offers mag een protagonist of held brengen om het einddoel te behalen? Wat is een juiste moraal wanneer hem of haar het ultieme onrecht wordt aangedaan? Daaraan verbonden is wat ik ‘intense ervaringen’ noem, ze spelen in elk van mijn verhalen een rol. Vaak zijn dat haast mystieke belevenissen (mysteries!), waarin alles op zijn plaats valt, zowel voor het personage als voor de lezer. Personages doorzien de misleidingen die ‘het kwaad’ opwerpt en ondergaan een transformatie, die soms bijzondere gaven doet ontwaken. Als ik tijdens het schrijven vastloop, dan is het vaak in deze scenes. Dat is omdat de lezer ze écht moet voelen.

 

 

3) Als je je eigen werk naast andere YA plaatst, waarin verschilt jouw werk dan? Wat maakt een verhaal nu precies een Hulster verhaal?

 

 

Ik vond het een heikele klus om mijn Portaal-reeks in een genre te plaatsen. Het fantasy-gehalte is erg hoog voor een young adult. Verder is het mijn bedoeling om wat meer lagen aan te brengen – thematiek, symboliek – dan ik in de meeste YA ontdek.

 

Een écht Hulster verhaal… tja… dat speelt in een originele wereld, heeft bij vlagen een moordend hoog leestempo en geeft stof tot nadenken. Er is altijd iets waar je steeds maar niet je vinger op kunt leggen, totdat je aankomt bij het einde (van de serie).

 

 

 

 

 

4) Op dit moment laait er een discussie op over genre vertellingen en literatuur. Hoe zie jij dat, vanuit jouw werk als schrijver gezien?

 

 

 

Ik heb me nooit zo gemengd in discussies over wat wel of niet literatuur of lectuur is. Ik denk dat veel verhalen elementen van beide hebben. Sommige verhalen bevatten slechts een treffende symboliek, óf een betoverende schrijfstijl, óf een diepgaande uitwerking van de drijfveren van personages, maar niet het hele pakket. Is het dan literatuur? Literatuur-ish? Ik zou zeggen dat als een schrijver niet volgens een formule wil schrijven en op enig vlak een pionier wil zijn, én daarin slaagt, hij literatuur heeft voortgebracht…

 

Daarbij is het naar mijn mening volstrekt irrelevant of er elementen van het fantastische genre worden gebezigd. Het fantastische genre legt mij als schrijver geen beperkingen op. Integendeel, het geeft me grenzeloze mogelijkheden. Zodra je je verhaal ‘fantasy’ of zelfs ‘high fantasy’ of ‘sword & sorcery’ wilt noemen, ben je inderdaad gebonden aan nauwere kaders. Maar dat betekent niet dat het geen literaire kwaliteiten kan hebben. Plot, personages, thematiek en symboliek kunnen binnen (sub)genres prima diepgang vinden.

 

Met de Portaal-reeks probeer ik op sommige vlakken een pionier te zijn. Of de boeken beschouwd zullen worden als literatuur? Eerlijk gezegd, zolang de boeken lezers weten te roeren en ze verwondering opwekken, kan dat stempel me gestolen worden.

 

 

5) Je boek is onderdeel van een reeks. Kun je ons iets vertellen over deel twee dat in november 2018 uit komt? (Zie ook de cover hieronder.)

 

Heerlijke vraag… Ik merk dat ik erg enthousiast ben over boek twee! In het begin van 2018 wist ik nog niet of ik het verhaal überhaupt wel recht gebreid zou krijgen, maar nu ik het manuscript heb voltooid, mag ik van mezelf optimistisch zijn. Dat na drie jaar ploeteren. Boek twee zal antwoord geven op veel vragen die ik in De Vrije Wereld opwierp. Het zal een wat duisterder boek zijn en misschien wat complex voor de jonge tieners. Maar de vaart in het hele verhaal is moordend. Ja, het zal een echte Hulster worden. :)

 

Zal farao Ramses de kans krijgen om zijn stad opnieuw te laten opbloeien? Zullen Thyranoen en zijn Orde van Apophis hun ware einddoel blootgeven? Zal het grote geheim achter Jessy’s gave worden onthuld? Vanaf eind september kan iedereen zijn antwoorden vinden. Ik kan niet wachten op de eerste reacties…

 

 

6) Ben je een plotter of een discovery writer? Hoe ziet jouw schrijfproces eruit?

 

Een discovery writer, maar wellicht niet zo’n uitgesprokene als Stephen King. Wanneer ik iets heb uitgeplot, merk ik vaak al schrijvende dat het plot beter kan. Zo’n tussentijds aha-Erlebniss motiveert me dan om verder te schrijven. Zonder die ontdekkingen zou – denk ik – het schrijven mijn ongeduldige creativiteit behoorlijk op de proef stellen. Een climax of eindconfrontatie tussen personages is het enige waarvan ik niet afwijk. Wat er precies in die climax gebeurt, ontdek ik tijdens het schrijven.

 

Zoals het een discovery writer past, besteed ik veel tijd aan redigeren. De weg van een blanco document naar het klad is meestal veel korter dan die vanaf daar naar de eindversie. Ik ben een perfectionist – twee uur aan één alinea zitten bomen is geen zeldzaamheid. Alinea’s en zinnen wisselen tig keer van plek, ik voeg details toe, breng ritme aan, plaats vooruitwijzingen naar toekomstige scenes, etc. Fantasie lijkt me aangeboren te zijn, maar schrijven blijft een proces van trial and error.

 

 

7) Als je zelf in de Vrije Wereld terecht zou komen, in tijden van vrede, waar zou dat dan moeten zijn?

 

Dat is een moeilijke vraag. De Vrije Wereld is sowieso een gevaarlijke plek. Eens kijken… De Stad van de Farao lijkt me wel mooi. Een geslaagde meltingpot van zoal Egyptenaren, Romeinen en Europeanen. Een skyline van torenhoge piramides. Een rechtvaardige heerser als Ramses. Ja, daar wil ik wel een mooi landgoed aan de Middellandse Zee!

 

Europa, dat technologisch bezien ongeveer in een renaissance-staat verkeert, mag ook. Dat liever dan het onherbergzame India of Amerika, waar overleden Amerikanen direct door de Inca’s en Azteken op de boot ‘terug’ naar Europa worden gezet.

 

 

8) Wat kunnen we in de toekomst van je verwachten, aangezien boek twee van je reeks bijna uitkomt?

 

Poeh… Ik heb me voorgenomen om eerst maar eens twee maanden niet te schrijven. Daarna verwacht ik aan het derde en afsluitende deel te beginnen. Daarvan heb ik overigens nog amper een plotpunt op papier staan. En daarna… gaat er een wereld voor me open, denk ik. Ik heb nog verschillende halve boeken en kortverhalen liggen. Mijn prioriteit zal waarschijnlijk uitgaan naar een psychologisch sciencefiction kortverhaal over een ruimteschip met een AI-besturingsprogramma dat haar bemanning hersenspoelt. Een boek dat ik heel graag zou willen afmaken is een fantasy-thrillerverhaal over een rechtenstudente, die na een relatie van twee jaar haar vriend een ultimatum stelt: óf je vertelt waarom ik je familie niet mag ontmoeten en ik niet mag weten waar je werkt, óf ik ga ervandoor… Dat manuscript ligt stil sinds 2013 en ik word heel enthousiast als ik eraan denk. :)

 

 

 

Biografie:

Mathijs Hulster (1985) begon in VWO-5 met schrijven. Hij studeerde fysiotherapie en acupunctuur en maakte tegelijk studie van ‘de kunst van het schrijven’. Hij schreef aan onuitgebrachte kortverhalen en boeken en publiceerde levensbeschouwelijke artikelen in de tijdschriften Spiegelbeeld Magazine, Koorddanser en Nieuwetijdskind Magazine. Met De Vrije Wereld verwezenlijkte hij een van zijn kinderdromen, die hij als zevenjarige opschreef in een klasgenotenboekje: ‘Proftennisser worden. En schrijver.’

 

Bibliografie

De Vrije Wereld (Zilverbron, 2016)

De Staf van Apophis (Zilverbron, 2018)

 

Voor de website van Mathijs Hulster: link.

 

Voor zijn Twitter en Facebook pagina kijk hier:

Facebook: Mathijs Hulster

Twitter: @MathijsHulster

 

 

 

Voorgaande spotlights:

 

Roderick Leeuwenhart

Johan Klein Haneveld

Martijn Adelmund

Chris Polanen

Corina Onderstijn

Jasper Polane

Sophia Drenthe

Anaïd Haen

Tisa Pescar

Terence Lauerhohn

Firma Tacker en Tape

Pepper Kay

Kim Houtstra

Pen Stewart

Olga Ponjee

Adrian Stone

Tom Thys

Patrick Brannigan

Joris van Leeuwen

M.J. Wolf

Thomas Olde Heuvelt

Marion Altena

Rianne Lampers

Rik Raven

Mark van Dijk

 

 

 

 

 

 

 

 

Blog

Contact