Navigatie

 01-05-2009

Ik werd door de Armeense Studenten Vereniging (ASV Gladzor) gevraagd om deel te nemen aan een debat. Dit enerzijds om mijn aankomende boek te promoten, anderzijds omdat mensen me vaak nog via via kennen doordat ik daar jaren geleden onderzoek heb gedaan. Ik moest een betoog houden over de volgende stelling:

“Allochtonen moeten afstand doen van hun etnische identiteit om goed te kunnen integreren.”

Uiteraard een makkelijke stelling om er onderuit te halen. Ik heb een aantal citaten van Nederlandse politici gebruikt en beargumenteerd dat deze stelling op drie verkeerde vooronderstellingen is gebaseerd:

a) dat integratie assimilatie is en dat deze termen in het publieke debat door elkaar worden gehaald. Ik nam hierbij de positie in dat het begrip “integratie” in de afgelopen vijftien jaar is gepolitiseerd en geprobelematiseerd. Kijk bijvoorbeeld naar de uitspraak van Vogelaar, onze ex minister van integratie: “Ik wil integratie niet alleen zien als een probleem, maar vooral als een kans. Voor de hele samenleving.”

b) dat deze stelling uitgaat van een zeer statische definitie van identiteit. Ik heb hier veelvuldig gebruik gemaakt van Bauman en getracht duidelijk te maken dat identiteit niet “is” maar wordt “gemaakt”. In dit opzicht is integratie geen keuze, maar een natuurlijk proces.

c) dat deze stelling uitgaat van een éénduidigheid van de begrippen “integratie” en “identiteit”. Naar wie moet de allochtoon integreren, zo stelde ik mijn publiek voor. Naar welke subcultuur? De Nederlandse identiteit in Staphorst is anders dan in Amsterdam? Welke wordt als basis genomen? Of zoals Maxima zich al afvroeg: bestaat er wel een Nederlandse identiteit? (In dit geval, bestaat er überhaupt wel een vastomlijnde identiteit?)

Het debat was leuk om te doen. Het publiek was levendig. Mijn mede sprekers Masis Abrahamian en Zare Ohannesyan waren het niet geheel met me eens. Het onderwerp identiteit ligt immers in de Armeense gemeenschap zeer gevoelig. Hier zag ik weer het proces dat ik ook in mijn boek beschrijf, en probeer te verklaren, namelijk de over fascinatie van de respondenten met hun ethnische identiteit en de angst dat deze identiteit kan verdwijnen. (Terwijl ze zelf actoren zijn die hun identiteiten in stand houden.) De mooiste uitspraak hoorde ik van iemand uit het publiek. Hij zei: “Ik ben het met u eens dat de genocide nog niet is afgelopen...” Dit is de basis van hun angst, van hun preoccupatie met hun identiteit. Ik wou bijna dat ik deze uitspraak had meegenomen over mijn analyse van identiteitsvorming.

Al met al een geslaagde avond...

 

 

 

 

 

Blog

Contact